Voor Marco Jansen, CIO bij De Zorgcirkel, reikt de waarde van KIK-V verder dan het eenvoudiger uitwisselen van verantwoordingsgegevens. Landelijke standaardisatie biedt ook een gemeenschappelijke basis voor regionale samenwerking. Met uniforme definities kunnen organisaties gegevens uiteindelijk ook gebruiken om van elkaar te leren en de zorg in de regio beter te organiseren.

Marco Jansen, CIO bij De Zorgcirkel.

Starten en doen

De Zorgcirkel is al vanaf 2020 betrokken bij KIK-V. De weg naar implementatie verliep niet zonder hobbels. Een eerdere leverancier stopte met de implementatie, waarna De Zorgcirkel uiteindelijk ook voor een andere DaaS-leverancier koos. Dat leverde volgens Jansen zes tot negen maanden vertraging op. Daarnaast kostte het tijd om de definities uit KIK-V goed te verbinden aan de gegevens in de eigen applicaties.

Inmiddels is een belangrijke stap gezet. Sinds oktober vorig jaar is het uitwisselprofiel voor de zorgkantoren operationeel. De versnelling die KIK-V in 2025 en 2026 doormaakt, herkent Jansen ook binnen zijn eigen organisatie. De Zorgcirkel heeft een projectleider aangesteld die samen met de DaaS-leverancier de uitwisselprofielen implementeert. Jansen benadrukt dat de implementatie niet alleen een technische kwestie is. 

"Je moet vooral beginnen. Zorg voor draagvlak in de organisatie en zorg dat het gebeurt."

Wat KIK-V De Zorgcirkel nu al concreet oplevert, is nog lastig vast te stellen. Zo registreerde de organisatie eerder niet precies hoeveel tijd het handmatig opleveren van verantwoordingsinformatie kostte, waardoor een goede voor- en nameting ontbreekt. Bovendien vraagt de implementatie zelf tijd. Jansen ziet de meerwaarde op dit moment vooral in eenduidige afspraken over gegevens en wat ze betekenen. “Je hebt hiermee eigenlijk een gezamenlijke woordenlijst voor data. Die kun je ook gebruiken voor regionale samenwerking.” Binnen KIK-V zijn die afspraken vastgelegd in de ontologie en de modelgegevensset, bijvoorbeeld voor fte en gewerkte uren.

Landelijke afspraken geven richting

De Zorgcirkel sluit bij voorkeur aan bij bestaande standaarden. “Wij kijken altijd: landelijk boven regionaal boven lokaal.” Dat KIK-V steeds steviger wordt verankerd in landelijke ontwikkelingen, ondersteunt die werkwijze. KIK-V is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en VWS heeft aangegeven dat investeren in KIK-V een verantwoorde keuze is. Dat geeft volgens Jansen rugdekking om mensen en middelen voor de implementatie vrij te maken.

Ook de aansluiting bij het Gezondheidsinformatiestelsel (GIS) en de European Health Data Space (EHDS) past daarin. Jansen vergelijkt de ontwikkeling met de Europese AVG-regelgeving, die inmiddels vanzelfsprekend richting geeft aan de manier waarop organisaties met privacy omgaan. Iets vergelijkbaars ziet hij gebeuren met Europese afspraken over gegevensuitwisseling.

Tegelijkertijd vraagt ieder nieuw kader tijd en inspanning om het in de praktijk te brengen. Jansen ziet daarom een belangrijke rol voor regionale samenwerking bij de implementatie.

Landelijke afspraken regionaal toepassen

KIK-V is inmiddels opgenomen in de regionale architectuur. Organisaties volgen die architectuur volgens het principe ‘comply or explain’: eraan voldoen of uitleggen waarom dat niet gebeurt.

Jansen noemt de opname van KIK-V in de regionale architectuur superbelangrijk. “Als organisaties dezelfde definities gebruiken, kunnen zij gegevens ook beter inzetten voor regionale vraagstukken, bijvoorbeeld rond capaciteit en arbeidsmarkt.” Zo ontstaat er regionaal meer eenduidigheid in de gegevens waarmee organisaties werken.

Voor cliënten gaat goede gegevensuitwisseling volgens hem bovendien steeds meer bij goede zorg horen. “Anno 2026 kan het echt niet meer anders. Cliënten verwachten dat als ze ergens komen, hun informatie in principe bekend is.” In de praktijk moeten zorgverleners nu nog geregeld nabellen om informatie boven tafel te krijgen. De regio werkt daarom ook aan databeschikbaarheid voor het primaire zorgproces, bijvoorbeeld rond proactieve zorgplanning. Dat staat los van de verantwoordingsinformatie van KIK-V, maar past volgens Jansen wel in dezelfde bredere ontwikkeling naar betere databeschikbaarheid.

Niet iedereen kan even snel mee

Voor eind 2028 moet KIK-V verankerd zijn als bindende standaard in de ouderenzorg. Zorgaanbieders zijn zelf verantwoordelijk voor de implementatie van KIK-V, zegt Jansen. Voor kleinere VVT-organisaties kan dat lastiger zijn, omdat zij niet altijd de capaciteit hebben om alle landelijke en regionale ontwikkelingen te volgen en in de eigen organisatie door te voeren.

Samen met het Zorginstituut ondersteunt De Zorgcirkel organisaties in de regio bij de invoering van KIK-V. In de praktijk blijkt dat niet iedere organisatie dezelfde ruimte heeft om nieuwe ontwikkelingen op te pakken. Toch hoeft de implementatie geen groot traject te zijn. Door kennis en ervaringen te delen, kunnen organisaties elkaar verder helpen. Daarom organiseert De Zorgcirkel regionale kennissessies waarin leren en samenwerken centraal staan.

Jansen hoopt dat KIK-V in 2028 de uitwisseling van verantwoordingsinformatie eenvoudiger maakt én organisaties helpt om meer van elkaars data te leren. Zo kunnen zij bijvoorbeeld gezamenlijk kijken hoe het zorgaanbod in de regio beter en efficiënter kan worden georganiseerd. Voor de komende jaren ligt de opgave volgens hem vooral bij de implementatie. 

"Het zou mooi zijn als de implementatie van KIK-V bij meer VVT-organisaties op de agenda komt."