Stap 1 | Kennismaken met KIK-VStap 2 | AnalyseStap 3 | Inrichten datastation
Stap 4 | Testen datastationStap 5 | Datastation gereedStap 6 | Geautomatiseerd uitwisselen

Zodra het datastation is ingericht, ga je aan de slag met het valideren van de data. Jij gaat met je collega’s valideren of de data die in het datastation naar voren komt ook daadwerkelijk klopt. Deze stap is belangrijk: hier toetsen we of de route van bronsysteem naar datastation de juiste antwoorden op de indicatoren (dat zijn de gestelde vragen) oplevert.  

Validatie van de data

Na de inrichting van het datastation kijk je samen met onze implementatiepartner naar de uitkomst van de indicatoren. Het kan zijn dat dit afwijkt van je eigen stuurinformatie omdat er met de implementatie van KIK-V afgeweken wordt van interne definities. Als resultaten niet kloppen en de oorzaak bij de eerdere analyse ligt, volgt onze implementatiepartner dit op. Het testplan wordt in samenwerking met de DaaS-leverancier opgesteld. De controles worden periodiek geëvalueerd. Waar nodig worden verbeteringen doorgevoerd. Het resultaat is een datastation dat gegevens uit de bronsystemen kan ophalen, kan gebruiken voor berekeningen en automatische uitwisseling voorbereidt. 

Tijdens het inrichten van het datastation wordt getest of de gegevensaanlevering correct werkt. Per uitwisselprofiel wordt een representatieve set indicatoren gecontroleerd. Onze implementatiepartner stelt deze set op samen met de DaaS-leverancier. Komen er tijdens de tests indicatoren naar voren die niet kloppen? Dan wordt onderzocht wat de oorzaak is en worden verbeteracties geformuleerd. Na afronding van de testfase ontvang je een testrapportage met daarin de resultaten. Het datastation is klaar voor gebruik als de indicatoren zijn gevalideerd en de gegevensaanlevering automatisch verloopt. 

Ketenacceptatietest

Zodra de belangrijkste verbeteringen zijn doorgevoerd en het datastation technisch is ingericht, voert de DaaS-leverancier de eerste tests uit. Hierbij wordt gecontroleerd of de gegevens goed worden opgehaald en correct worden verwerkt. De implementatiepartner begeleidt dit proces, zorgt dat eventuele bevindingen goed worden vastgelegd en zien erop toe dat de bevindingen goed worden gedocumenteerd. 

Daarna vindt de validatie van de inhoud plaats. Samen met collega's van de zorgorganisatie wordt gecontroleerd of de indicatoren kloppen: komen de berekende uitkomsten overeen en is alles goed gemapt met het datastation. Ook dit gebeurt onder begeleiding van de implementatiepartner. 

Wanneer alle tests goed zijn doorlopen, is het datastation klaar om gegevens daadwerkelijk uit te wisselen met de partij die om de informatie vraagt (bijvoorbeeld het zorgkantoor). Wanneer je gaat uitwisselen is afhankelijk van de uitvragen van de informatievragende partijen. Je kunt als zorgaanbieder zelf bijvoorbeeld je zorgkantoor op de hoogte stellen dat je klaar bent voor uitwisseling. 

Wie doet wat?

  • DaaS-leverancier: voert de technische tests uit en levert de eerste testresultaten op. 

  • Jouw organisatie: controleert samen met de projectleider of de mapping goed is ingericht en alle velden zijn meegenomen.  

  • Implementatiepartner: begeleidt het hele proces, bewaakt de voortgang en zorgt dat de bevindingen goed worden vastgelegd. 

Inzet zorgorganisatie

De inzet vanuit de zorgorganisatie is gemiddeld 4 uur per week. In goede afstemming met de DaaS-leverancier en de implementatiepartner moet data worden gevalideerd.

Resultaat van stap 4

Een goed werkend en getest datastation dat klaar is om gegevens uit te wisselen, met een overzicht van de testresultaten.